Blog 2 over editie: 3D printen: de volgende industriële revolutie?

Sprekers: Winand Slingenberg (Fablab Groningen) en Richt Loorbach (Hulotech)

 

Een bijdrage namens Henk Bethlehem; advocaat op het gebied van ICT/IE bij Bout Advocaten.


(foto van fdecomite – Flickr (Creative Commons))

Introductie

Drie jaar geleden, tijdens SMC#20, vertelde David Bakker ons over al over de 3D-printer. Hij was destijds kritisch op de geluiden dat 3D-printers consumentenproducten zouden worden. ‘Daarvoor missen we nog iets’, zei hij destijds, ‘maar het is wel handig voor een prototype’, aldus David.

 

Sinds die tijd zijn de ‘miljoenen makers-verkopers’ uitgebleven. Is de 3D-printer wel disruptive? Of is het meer iets voor hobbyisten? En waarom dan nu dit onderwerp bij SMC? Staat er een revolutie voor de deur? Winand en Richt gingen ons daar meer over vertellen.

 


Winand Slingenbergh

Winand sprak als eerste en vertelde ons waarom de realiteit van de 3D-printers, nog niet is zoals (door sommigen) verwacht.

Drie beperkingen
Als grootste reden waarom het 3D-printen nog niet is aangeslagen, noemde Winand tijd. Hij verwacht ook niet dat 3D-printen in de nabije toekomst veel sneller zal gaan, omdat je nou eenmaal bent gebonden aan natuurwetten. Het TED X-filmpje waar een 3D-printer in voor komt die 40x sneller kan printen zou hij eerst moeten zien, voordat hij het ging geloven. 40x sneller printen dan heel erg langzaam is nog steeds erg langzaam, aldus Winand.

Een andere beperking is expertise. Als voorbeeld liet hij een mislukte print zien dat eruitzag als een groot ‘spaghettimonster’. Er is expertise voor nodig om het juiste product op de juiste manier te printen en er is nog veel te verbeteren aan het gebruiksgemak.

Een derde beperking is die van de hoge aanschafkosten. De industriële 3D-printers kosten duizenden euro’s. Als voorbeeld liet Winand een 3D printer van Philips zien die € 60.000,- kost. De ‘plastic spuiters’, zoals Winand ze noemt, die consumenten in gebruik hebben zijn meer een soort lijmpistolen waarvan het patent is verlopen.

Drie sectoren
Nadat wij waren ingewijd over de beperkingen van het 3D-printen ging Winand in op de nieuwste hypes op het gebied van 3D-printen in de medische-, bouw- en voedselsector.

In de medische sector wordt gespeeld met de gedachte van een bio-printer. Een universiteit in Australie doet onderzoek naar de mogelijkheid om een hart 3D te kunnen printen. We zijn nog de magische tien jaar verwijderd voordat dit realiteit is, aldus Winand.

Een voorbeeld dat ik leuk vond, was dat van een stethoscoop dat door een arts was geprint. Dat was op zich een goede uitvoering, aldus Winand, maar het probleem hierbij is dat je met 3D-prints te maken hebt met lood. Daardoor komen medische producten moeilijk door de strenge keuring.

In de voedselsector print men tegenwoordig chocolade – kruimelig resultaat, niet lekker, aldus Winand – en een soort brood met paddenstoelen. Winand denkt niet dat ‘foodprinting’ zal aanslaan, omdat je dan bijvoorbeeld nog een halve dag moet printen en de champignons vervolgens nog moeten groeien. Zelf denk ik daar anders over. Ik kan mij voorstellen dat je in high end restaurants een ‘kek’ ontworpen toetje of voorgerecht serveert. De geometrische vormen en kleuren die je kunt maken zijn namelijk best bijzonder. Of het ook smaakt is vers twee, maar het gaat ook om de beleving. Toch?

Cement printen is hot in de bouwsector. Zo ging men in China vierkante schuurtjes printen. Winand verwacht dat de toekomst van cementprints meer in de prefab zit, dan in volledige prints. Wel kun je een huis meer energiezuinig maken, leidingen printen en zelfs een modulair kliksysteem hanteren waardoor je kamers aan je huis kunt klikken. Ook van het modulaire systeem werd genoemd dat we, net als in de mecische sector het geval is, er nog de magische tien jaar van verwijderd zijn voordat dit realiteit is.

Ontwikkeling
Een door Winand gepresenteerde casestudy die ik erg interessant vond, was dat van de Creative Commons licentie (CC) versus dat van het patent. Of anders gezegd: Ultimaker versus Makerbot. Het Nederlandse bedrijf Ultimaker deelde haar innovatie onder een CC. Met zo’n licentie behoud je al je rechten, maar geef je anderen toestemming om je werk te delen en/of te bewerken. Het Amerikaanse bedrijf ‘Makerbot’ ging haar uitvinding juist patenteren en was aan investeerders en zichzelf overgeleverd om het product door te ontwikkelen. Een erg mooie vergelijking van vrije markt versus exclusieve rechten. Hobbyisten gingen massaal aan de slag met de Ultimaker waardoor de ontwikkeling van de Ultimaker in een stroomversnelling raakte en de Makerbot het nakijken had.

Verwachting
Winand verwacht niet dat men binnenkort massaal een ‘plastic spuiter’ in huis heeft. Men is er een beetje mee aan het hobbyen. Het wachten is op een nieuwe klasse van producten of op een soort Netflix van het 3D printen. Dan zou het weleens aan massaal aan kunnen slaan.

Het verhaal van Winand vond ik redelijk sceptisch, maar verwoordde ook het gevoel dat ik er als leek bij had. Zou Richt hierin verandering kunnen brengen?


Richt Loorbach – Hulotech

Met veel enthousiasme vertelde Richt ons over zijn bedrijf Hulotech. Hier worden prototypes, protheseses en spareparts gemaakt op bestelling.

Industriële toepassingen
Het verhaal van Richt gaf mij een andere kijk op 3D-printing. Wij kregen aan de hand van enkele voorbeelden een kijkje in de keuken van de industriële toepassingen. Richt ziet 3D-printen meer als een mix van printing en engineering. Hij leerde ons dat je door slim en efficiënt te ontwerpen de beperkingen van het 3D-printen enigszins kunt wegnemen en toch de kracht van het 3D-printen kunt benutten. Zo kun je, aldus Richt, redelijk goedkoop een prototype laten maken en dus je idee visueel maken om investeerders aan te trekken. Hierbij liet hij een mooi voorbeeld van een gamecontroller zien die Hulotech in opdracht van een klant had ontwikkeld.

Richt leerde ons dat je 3D-printen alleen goed kunt benutten als je van tevoren een goed ontwerp hebt bedacht. Je kunt namelijk verschillende materialen gebruiken voor de prints. Vragen die je jezelf minimaal moet stellen, aldus Richt, zijn: wat is het doel van mijn product, wat voor kwaliteit moet er worden geleverd, hoe sterk moet het product zijn en met welk materiaal bereik ik dat?

Een voorbeeld dat hij gaf waren de door hun ontwikkelde protheses. Deze zijn zo sterk dat een man van 100 kilo er nog mee kan sporten. Dan weet je dus zeker dat dit product in de meeste gevallen afdoende zal zijn. Het blijft wel een maatwerkproduct, aldus Richt. Hulotech heeft een zogenaamd CAD-systeem, waarmee zij een maatgemaakt product kunnen ontwerpen en de kosten over het grote pakket verdeeld worden.

Een andere toepassing die Richt ons gaf, was die van de spare parts. Zo heeft hij ooit een zorginstelling uit de brand geholpen door een stel afsluiters met kleppen te leveren die niet meer werden geproduceerd. Ook gaf hij een voorbeeld van een interessant verdienmodel. Namelijk de situatie dat een leverancier iets niet fysiek kan leveren, maar de file opstuurt naar een lokale derde (in dit geval) Hulotech. Daarmee voorkom je transportkosten en kun je snel en efficiënt spare parts leveren.

Verwachting
De verwachting van Richt is dat 3D-printen zal gaan samenwerken met andere technieken. Hij verwacht niet dat 3D-printen ‘plug and play’ zal worden. Hij vindt dat goed met de beperkingen van 3D printen kan worden omgegaan als kritisch wordt gekeken naar het ontwerp.


Conclusie

Uiteindelijk was het een avond met twee verschillende verhalen. In de vragenronde vroeg Jarno hoe Richt aankeek tegen de door Winand genoemde beperkingen rondom tijd en expertise. Richt antwoordde dat dit appels met peren vergelijken was. Het staat of valt met de kwaliteit van de printers.

Mijn beeld van de 3D-printer is na deze avond bijgesteld. Het is niet iets voor hobbyisten op zolderkamers of scholen. De industriële revolutie van makers-verkopers staat nog niet voor de deur. Integendeel. Fabrieken kunnen juist openblijven, want 3D-printen is een welkom onderdeel voor industriële toepassingen.

 

Geschreven door Henk Bethlehem; advocaat op het gebied van ICT/IE bij Bout Advocaten.