Blog over editie: 3D printen: de volgende industriële revolutie?

De vierde dimensie

Afgelopen maandagavond was alweer de 48e editie van de SMC050. Deze keer ging het over 3D-printen.

3D-printen is na de smartphone wel een van de meest besproken onderwerpen in de tech-wereld van de afgelopen 10 jaar. Alleen komen de 3D-printers voor thuis nog niet veel verder dan hobbymachines volgens Winand Slingenbergh van FabLab Groningen. De keuze voor materialen is nog zeer beperkt, de resolutie is nog niet zo hoog en het duurt nog vrij lang voor je een beetje resultaat hebt. Een beetje het niveau van de matrixprinter in het begin van het PC-tijdperk.

De huidige laser- en of inkjetprinters zijn tegenwoordig zeer snel. Deze techniek kan deels worden toegepast in de 3D-printers, echter hebben deze nog een extra richting waarin ze
moeten printen. Juist door die extra richting kost het veel tijd om een object te printen. Alles gebeurt immers laag voor laag.
Ook valt het niet mee om de printers op de juiste manier aan te sturen. Waar we voor ‘gewoon’ printen office-toepassingen hebben en bijvoorbeeld fotobewerkingsprogramma’s, zijn deze voor 3D-printen nog niet zo goed doorontwikkeld. De kunst bij het 3D-printen zit hem juist in het weglaten van materiaal en dus niet zozeer in het massief maken van een object.

Voor de hobbyist is er kortom heus het een en ander te experimenteren met 3D, maar volwassen is de techniek voor de thuisgebruiker zeker niet. Hoe anders is dit in het professionele segment. Bedrijven als Hulotech zijn daar een goed voorbeeld van. Volgens de tweede spreker van maandagavond, Richt Loorbach, zetten zij op een zeer vooruitstrevende manier een combinatie in van meer traditionele engineering-technieken en 3D-printen. Met hoogwaardige apparatuur, die voor de thuisgebruiker niet te betalen is, maken zij producten die variëren van klepafdichtingen in CV-installaties, protheses voor aan het menselijk lichaam tot en met compleet geprinte game-controllers waarbij tot het kleinste knopje uit de printer rolt. De nauwkeurigheid waarmee ze dit kunnen printen is bijzonder hoog, tot een 10e millimeter nauwkeurig.

De ontwikkeling van de 3D-printer staat niet stil. Er bestaan grote communities die zich bezighouden met het ontwikkelen van de printers. Goede voorbeelden zijn Ultimaker en het project van reprap.org. Juist door het inzetten van dit soort open source communities gaat de ontwikkeling redelijk snel omdat alle kennis die wordt opgedaan om het printen te verbeteren wordt gedeeld. Bij RepRap worden veelal onderdelen gebruikt die ook weer door 3D-printers kunnen worden vervaardigd.
In de toekomst kunnen we wellicht printers verwachten die zelf printers printen.

Eerlijk gezegd zien wij meer toekomst in de modernisering van de reeds bekende copy- en print-shops. Deze bedrijven kunnen dan de duurdere printers aanschaffen waarmee de consument met een stickje onder de arm het gewenste object kan (laten) namaken.

Het printen kost dus nu nog veel tijd, maar de tijd zal leren dat dit met de tijd een stuk sneller zal gaan met een beduidend hogere kwaliteit.

Blog geschreven door Jasper Hoenderken en Christiaan van der Schoot van Radyus.