Recensie: How technology will transform the work of the human experts

Op de SMC050 sessie van 4 juli boden wij bezoekers gratis een boek aan over nieuwe media en technologie. Er was 1 voorwaarde. Er moest een recensie geschreven worden zodat wij er ook nog iets aan hebben.

Brigitte Niemeijer is onze eerste reviewer. Zij las voor ons het boek van Richard Susskind & Daniel Susskind

“The future of the professions

How technology will transform the work of the human experts”

unknownWerk je als arts, jurist, accountant, architect of een ander beroep waarvan je denkt dat jouw expert-kennis uniek is en blijft? Dan moet je dit boek gaan lezen. Hou je niet van verandering en wil je graag nog jarenlang je werk blijven doen zoals je het de afgelopen tien jaar deed? Dan moet je dit boek toch ook maar gaan lezen. Raak je lichtelijk in paniek bij de laatste vraag? Dat is best begrijpelijk en verklaarbaar volgens Richard en Daniel Susskind.

In een zorgvuldig opgebouwd en wetenschappelijk doorwrocht boek omschrijven vader en zoon Susskind wat volgens hen de toekomst voor specialisten of experts in een bepaald vakgebied is. Ze nemen allereerst uitgebreid de tijd om te omschrijven wat zijn verstaan onder deze specialisten. Ik noemde hierboven al een paar beroepsgroepen. Volgens de auteurs kent deze groep een aantal kenmerken die ze onderscheiden van andere banen. Allereerst hebben ze specialistische kennis, logisch. Ten tweede is de toelating tot de beroepsgroep afhankelijk van ervaring en belangrijker nog, opleiding. Ten derde zijn de activiteiten die ze doen gereguleerd met bijvoorbeeld protocollen of registers en als vierde kenmerk delen ze binnen hun beroepsgroep een set aan waarden. Ze zijn bijvoorbeeld vaak te herkennen aan kledingstijl, levensstijl, jargon en bouwen als het ware een mythe-achtige sfeer om hun specialisme heen.

De Grote Deal

Wij hebben als samenleving een deal met deze groepen gesloten. Ik noem dit voor het gemak de Grote Deal. Immers, de specialisten bezitten bepaalde kennis die wij niet allemaal hebben. Je kunt over het algemeen niet een hartchirurg en topadvocaat gelijktijdig zijn, terwijl je als hartspecialist wellicht weleens een topadvocaat nodig hebt en andersom! De specialisten zijn een geïnstitutionaliseerd antwoord op een gebrek aan ervaring en kennis in de samenleving. De auteurs geven een definitie van deze Grote Deal: “ omdat we als samenleving niet alles zelf kunnen en weten, geven we onszelf over aan mensen die ervoor hebben doorgeleerd en we schenken hen ook de ruimte om hierin onafhankelijk te opereren.”

De kernvraag in dit boek is of deze Grote Deal nog houdbaar is als samenleving. Moeten we de deal herzien of er zelfs helemaal van afzien? Er zijn namelijk wel wat argumenten te verzinnen waarom specialisten hun kant van de deal wat verwaarlozen. Wanneer je vanuit economisch perspectief kijkt, zie je een groot professioneel, geïnstitutionaliseerd bouwwerk van specialisten die kennis aanbieden die slechts voor een beperkt deel van de samenleving betaalbaar is. Denk bijvoorbeeld aan zorg en onderwijs. Technologisch gezien gebruiken de specialisten volgens de Susskinds nog ouderwetse manieren om hun kennis te delen terwijl volgens hen er niets speciaals of unieks aan deze kennis is dat niet op een begrijpelijke manier gedeeld kan worden. Bovendien hebben ze de morele plicht richting de samenleving hun kennis te delen vinden de auteurs. Een volgend nadeel van het slecht delen van de kennis is dat er maar een beperkte groepen mensen toegang tot de kennis hebben omdat de kennis bij voorkeur face-to-face wordt gedeeld. En tot slot is de overtuiging van de auteurs dat de specialisten hun werk veelal overdreven moeilijk maken om zichzelf beter te voelen.

Toch, zo gaat het boek verder in het tweede hoofdstuk, is er al veel verandering gaande in de specialistische beroepsgroepen. Echter, ze zien tegelijkertijd dat deze veranderingen worden tegengewerkt door de beroepsgroepen. Kijk bijvoorbeeld naar een ontwikkeling als Wikileaks. Zowel binnen de beroepsgroep als in de samenleving ontstaat er een moreel debat terwijl het tegelijkertijd gewoon gebeurt. De auteurs geven per beroepsgroep talloze voorbeelden. De ontwikkelingen binnen de beroepsgroepen zijn samen te vatten in een aantal algemene trends. Ik noem er hier een paar:

Allereerst zien ze het einde van het tijdperk van de specialisten ontstaan. Ze noemen dit de post-professionele maatschappij. Het belangrijkste kenmerk van deze maatschappij is dat de samenleving de traditionele poortwachters van kennis en ervaring (de specialisten) omzeilen.

Ten tweede zien ze een grote transformatie van de traditionele beroepen door technologie. En daarbij maken ze een onderscheid in eenvoudige automatisering (delen van het werkproces vervangen door technologie) en innovatie waarbij technologie gebruikt wordt om het werkproces te vernieuwen. Als derde trend zien de auteurs dat er een opkomende vraag naar andere vaardigheden en competenties ontstaat. De belangrijkste is flexibiliteit en leervermogen om andere rollen en taken te kunnen aannemen.

En in de toekomst zullen de specialisten meer en meer moeten gaan samenwerken. En een laatste trend die ik aan wil stippen, is de zoals de auteurs het noemen demystificatie van de professionals. Het werk van deze beroepsgroepen blijkt in de praktijk toch vaak minder ingewikkeld te zijn als ze genegen zijn te denken en veel deeltaken kunnen door junioren of zelfs leken worden gedaan.

Wat willen wij?

Naast de vraag of we als samenleving nog steeds willen doorgaan met de Grote Deal stellen de auteurs nog een wezenlijker vraag; hoe willen we als samenleving überhaupt omgaan met specialistische kennis in een ICT-samenleving? Willen we deze kennis nog steeds in mensen concentreren zoals we nu nog veelal doen of kan dergelijke kennis ook in technologie vervat worden?
Om hier een antwoord op te kunnen geven, duiken we allereerst in de geschiedenis van informatie delen in de samenleving. Deze uitleg maakt het mooi zichtbaar dat sinds de opkomst van informatietechnologie, onze samenleving en de opgebouwde instituties rondom specialistisch werk, nog niet volledig mee is gegroeid met deze technologie. Dat is op zich ook niet zo raar als je de stelling van Eric Smith (Google) uit 2010 op je in laat werken die stelt dat we iedere twee dagen net zoveel informatie zullen produceren als vanaf het begin van onze mensheid tot 2003.

Dit boek handelt over specialistische kennis, de kennis van beroepsgroepen zoals advocaten, dokters en fiscalisten. Deze kennis kenmerkt zich volgens de auteurs doordat het ‘non-rival’ is. Dit houdt in dat het nooit opgaat. Stel je rijdt met een auto met een volle tank honderd kilometer en daarna gaat je buurvrouw erin rijden dan is de tank leger. Specialistische kennis wordt niet minder. Sterker nog, en dat is het tweede kenmerk, het is cumulatief. Dus hoe meer mensen ervan weten, hoe meer mensen er iets aan kunnen toevoegen en hoe rijker de kennis wordt. Een derde kenmerk is dat het ‘non-excludable’ is. Dit houdt in dat het lastig is te voorkomen dat mensen er kennis van nemen zonder dat ze ervoor betaald hebben. Als laatste kenmerk van specialistische kennis noemen de auteurs dat de kennis digitaliseerbaar is.

Deze kennis-kenmerken leggen de auteurs naast de ontwikkeling van beroepen. Dit doen ze door een transitiemodel voor professioneel werk te presenteren. Deze transitie gaat in vier stappen van vakmanschap naar standaardisering via systematisering naar uiteindelijk uitbesteding of naar buiten treden. Deze laatste stap is de stap waarin specialistische kennis online wordt ontsloten voor niet-specialisten. De beweging van vakmanschap naar het naar buiten treden is iets dat vanuit de beroepsgroepen zelf moet ontstaan zo betogen de auteurs. En daar zijn ze niet heel optimistisch over.

Richard en Daniel Susskind zien een incrementele transformatie ontstaan. Incrementeel houdt in dat het geen revolutionaire omwenteling is maar een gelijksoortige toevoeging van een bestaande waarde. Uiteindelijk zal deze transformatie leiden tot veel meer gebruik van machines en een grote verandering van werk zoals we dat nu kennen. Ze vinden zelfs dat we de technologische mogelijkheden ook moeten omarmen om het huidige werk te verbeteren.

De kernvraag van deze transformatie is hoe de samenleving met informatie zal omgaan. En dat is nog een lastige vraag om te beantwoorden. Volgens de auteurs kan dit twee kanten opgaan. Aan de ene kant kan alle kennis volledig vrij en kosteloos ontsloten worden. Aan de andere kant kan deze ontsluiting gecontroleerd gedaan worden om ten eerste de kwaliteit van de kennis te waarborgen én er nog geld aan te verdienen. De keuze tussen beide opties heeft volgens de auteurs altijd te maken met je huidige maatschappelijke status en bedreigingen voor je eigen baan. Als je volgens deze keuze volledig blanco benadert, dus zonder te weten wat je maatschappelijke status, kleur, sekse etc is wat zou je keuze dan zijn? De Susskinds komen dan uit op volledig vrijgeven.