Zijn we op weg naar de maakbare mens?

Floris Foijer en Désirée Goubert over Biotech revolution: Designerbabies and Superhumans?

SMC050

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Is het mogelijk om genetisch overdraagbare ziektes te voorkomen? Kunnen we malaria bestrijden en het IQ van ongeboren baby’s verhogen? En willen we dat eigenlijk? De 65e editie van SMC050 begint meteen goed met behoorlijk wat ethische dilemma’s. De hamvraag van de avond: zijn we op weg naar de maakbare mens?
 
Twee geweldige sprekers hebben ons een aantal mogelijkheden van Biotechnologie op een begrijpelijke manier uit de doeken gedaan. Als eerste aan de beurt is Floris Foijer die ons meer vertelt over gentherapie en de CRISPR-Cas technologie. In 2006 promoveerde hij aan het Nederlandse Kanker Instituut in Amsterdam en tegenwoordig is hij werkzaam in Groningen bij het European Institute for the Biology of Ageing (ERIBA). Eerst even een korte biologieles: ieder mens is opgebouwd uit cellen en iedere cel bevat 46 chromosomen. De chromosomen vormen de verpakking van het DNA en in het DNA liggen alle genen. DNA bestaat uit twee lange strengen van letters en deze letters vormen de erfelijke boodschap. In de genetica lezen ze individuele genomen uit (het menselijk genoom bestaat uit circa 3 miljard basenparen) en proberen ze erachter te komen of er ziekten in verborgen liggen. Eén letter verschil kan al een ziekte opleveren. Via somatische gentherapie kunnen gerichte veranderingen in het genetische materiaal van lichaamscellen worden aangebracht.
 
Tot 2010  was het aanpassen van DNA een zeer moeilijk proces, maar met de ontdekking van de CRISPR methode veranderde dit. Nadrukkelijk legt Joris uit dat deze methode voortkomt uit biologisch onderzoek en in eerste instantie niet is bedoeld om mensen beter te maken. In Jip en Janneke taal betekent het dat er heel precies op een gewenste plek in het DNA geknipt en geplakt kan worden. Men gebruikt knip-enzym om het DNA wat je wilt veranderen op te zoeken en het stukje code verdwijnt. Het gerepareerde gen met de goede code voeg je weer toe en klaar is kees. Iets wat al veelvuldig wordt toegepast in de voedselindustrie. Wat brengt volgens Joris de toekomst? Middels somatische aanpassingen bij erfelijke ziektes kan er van te voren al ingegrepen worden. Via urine/bloedsamples wordt het mogelijk om een eigen lever te maken en te transplanteren. En via kiembaantherapie kunnen wetenschappers straks genetische defecten van erfelijke ziektes repareren. Maar voor het zo ver is, is er nog veel meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Fundamenteel onderzoek is immers het begin van alle grote vondsten.
 
Na de interessante presentatie van Joris is het de beurt aan Désirée Goubert, werkzaam als wetenschapper in het UMCG. Désirée houdt zich bezig met epigenetische bewerking en de CRISPR/dCAs9 techniek. Met een passie voor Wetenschapscommunicatie weet zij ons op charmante en levendige wijze meer te vertellen over (epi)gene editing. De epigenetica is het vakgebied wat kijkt naar de erfelijke veranderingen in het DNA zonder wijzigingen in de volgorde van basenparen aan te brengen. Het gaat om codes die bovenop ons DNA liggen en controleren wat er met onze genen gebeurt. Désirée beschrijft het alsof er allemaal stoplichtjes op ons DNA staan. Bij het epigenetisch editen kun je genen dus aan- maar ook uitschakelen. Daarbij hebben we ook heel veel zelf in de hand. Dat we genen ook kunnen trainen laat zij zien aan de hand van een identieke tweeling. De tweeling bestaat uit hetzelfde DNA, maar toch is de een dik en de ander dun. Omgevingsfactoren spelen bij het trainen van genen dus een hele grote rol.
 
Aan het eind van haar duidelijke presentatie stipt ook Désirée de mogelijkheden en toekomst van de epigenetica aan. Als we ziektes kunnen voorkomen, kunnen we ook aanpassingen aanbrengen in het karakter van mensen. En willen we dan naar een maatschappij waar agressiviteit bijvoorbeeld genormaliseerd wordt? Stel nou dat ze over 50-100 jaar het IQ van ongeboren baby’s kunnen verhogen, zou je dat dan willen? En als je antwoord ‘nee’ is, maar 80% van de klasgenoten van je kind zijn wel in de kiem aangepast, is je antwoord dan nog steeds ‘nee’? Er zit vanzelfsprekend een keerzijde aan de medaille en de vraag die we ons moeten stellen is of wij wel voor God mogen spelen? Als jij en je partner bijvoorbeeld allebei gezond zijn, is het stukken makkelijker oordelen en zeggen dat je niet moet ingrijpen. Maar stel dat je drager bent van het Cystic Fybrosis gen en je via gentherapie kunt zorgen dat je kind geen taaislijmziekte krijgt? Dan sta je hoogstwaarschijnlijk al heel anders in deze discussie.
 
Dus waar ligt de grens? Zijn we écht onderweg naar het tijdperk van de supermens en designerbabies? Hoe kijken Floris en Désirée zelf eigenlijk tegen het ethische aspect aan? ‘Over de ethiek kunnen wij – de experts – niet oordelen, de mening is ook onder wetenschappers niet eenzijdig. Wat is veilig en wat moet je willen?’, aldus Floris. Samenvattend zijn beiden van mening dat het een publiek debat moet zijn. Niet alleen van medici, wetenschappers en politiek maar ook juist van de maatschappij.
 
Floris en Désirée hebben ons met hun interessante presentaties veel stof tot nadenken gegeven. En dat is eigenlijk ook precies de bedoeling: het publieke debat moet gevoerd worden. Technisch zijn we over vijf jaar misschien al wel klaar voor designerbabies maar ethisch zijn we daar nog lang niet. Het is straks namelijk niet meer de vraag wát er mogelijk is, maar of we wíllen dat het mogelijk is.
 
Geschreven door: Meike Emmelkamp van Radyus.